Het Daoïsme

De belangrijkste basistheoriën van het Daoïsme zijn:

1. De Vijf Elementen (Wu Xing (五行)): Hout, Vuur, Aarde, Metaal en Water.

Dit systeem beschrijft hoe energetische fenomenen met elkaar in verbinding staan en elkaar beïnvloeden. Aan dit systeem kunnen vele zaken gekoppeld worden zoals de natuurseizoenen, klimatologische factoren, de levensfasen van de mens, zintuigen, stemgeluiden, geuren, kleuren, smaken, de orgaansystemen en weefsels van het menselijke lichaam maar ook mentale, emotionele en geestelijke/spirituele aspecten. Onderstaand een (vereenvoudigde) schematische voorstelling van dit systeem.

2. Yin (阴)en Yang(阳): zijn 2 tegengestelde kwaliteiten die voortdurend in elkaar overgaan en niet zonder elkaar kunnen bestaan en ook van elkaar afhankelijk zijn. Ze staan niet op zichzelf (iets is niet Yin of Yang in absolute zin), maar altijd in relatie tot iets anders.

  • Yin staat voor koude, rust, donker, water (in relatie tot iets anders)
  • Yang staat voor warmte, actie, licht, vuur (in relatie tot iets anders)

De eenheid van Yin en Yang (en daarmee het hele bestaan) wordt weergegeven met het onderstaand Tai Ji symbool dat staat voor het meest fundamentele principe van evolutie en (zelf-)organisatie.

Citaat uit Su Wen, Hoofdstuk 5 (Chinese klassieke tekst): “Yin en Yang is de weg van Hemel en Aarde, de wetmatigheid en het principe van de 10.000 dingen, vader en moeder van verandering en transformatie, oorsprong van leven en dood……………..”. 

 

Alles wat bestaat is geen statische werkelijkheid, maar een continu veranderend geheel. Veranderingen staan onder invloed van de voortdurende interacties tussen Yin & Yang en de Vijf Elementen (Wu Xing).

3. Wu Wei (无为): het loslaten, niet-doen (niet te verwarren met niets doen!). Een Daoïst probeert zich niet te verzetten en spontaan, maar wel bewust mee te gaan met ‘de loop der dingen’.